🏆 WEKELIJKSE QUIZ

10 gemengde vragen.
Elke week een nieuwe ronde.

Spelen →

Makkelijk raadsels – pagina 4

Pagina 4 van 13
Hier vind je meer vragen op pagina 4.
Tijd voor raadsels
Wat kan vliegen zonder vleugels?
"Het gaat snel als je plezier hebt!"
Antwoord
De tijd.
Tijd voor raadsels
Wat heeft een hals, maar geen hoofd?
"Je kunt er frisdrank of water uit drinken."
Antwoord
Een fles.
Tijd voor raadsels
Wat kun je vangen, maar niet gooien?
"Je niest vaak en hebt keelpijn als je het hebt."
Antwoord
Een verkoudheid.
Tijd voor raadsels
Wat heeft vier poten, maar kan niet lopen?
"Je zet er vaak borden en glazen op."
Antwoord
Een tafel.
Tijd voor raadsels
Wat heeft tanden, maar kan niet eten?
"Je gebruikt hem om je haar mooi te maken."
Antwoord
Een kam.
Tijd voor raadsels
Wat heeft bladeren, maar is geen boom?
"Het heeft veel pagina's en je kunt het lezen."
Antwoord
Een boek.
Tijd voor raadsels
Wat heeft vijf vingers maar geen nagels?
"Je draagt het aan je hand."
Antwoord
Een handschoen.
Tijd voor raadsels
Wat gaat op en neer zonder te bewegen?
"Je ziet het elke dag aan de hemel."
Antwoord
De zon.
Tijd voor raadsels
Wat gaat open als het met bakken uit de hemel komt?
"Je houdt het boven je hoofd."
Antwoord
Een paraplu.
Tijd voor raadsels
Wat hoort alles maar zegt nooit iets?
"Je hebt er twee van."
Antwoord
Het oor.
Tijd voor raadsels
Het verbindt ons, maar zegt nooit een woord.
"Het reist ver met andermans gedachten."
Antwoord
Een brief
Tijd voor raadsels
Ik ben een klein voorwerp waaruit je kunt drinken. Misschien melk of ranja.
"Je drinkt uit mij."
Antwoord
Een kopje
Tijd voor raadsels
Ik zeg "kwak kwak". Ik zwem graag in het water.
"Ik ben een vogel die vaak geel of wit is."
Antwoord
Een eend
Tijd voor raadsels
Ik ben roze en woon in de modder. Ik zeg "knor knor".
"Ik ben een dier op een boerderij."
Antwoord
Een varken
Tijd voor raadsels
Ik drijf op het water. Je kunt in mij varen.
"Ik word gebruikt om over meren te reizen."
Antwoord
Een boot
Tijd voor raadsels
Je staat onder mij en wordt schoon. Het water stroomt naar beneden als regen.
"Je wast je daar als je vies bent."
Antwoord
Een douche
Tijd voor raadsels
Je kunt op me zitten en heen en weer in de lucht gaan.
"Ik sta vaak op de speelplaats."
Antwoord
De schommel
Tijd voor raadsels
Ik groei in de tuin en ruik lekker. Ik heb mooie bladeren.
"Ik kan rood, blauw of geel zijn."
Antwoord
De bloem
Tijd voor raadsels
Op mij leg je je eten als je gaat eten. Ik ben rond.
"Ik sta op tafel."
Antwoord
Het bord
Tijd voor raadsels
Je zit op mij als je eet of rust. Ik heb meestal vier poten.
"Ik ben een meubel."
Antwoord
De stoel