Makkelijke raadsels voor kinderen
Welkom bij onze verzameling makkelijke raadsels voor kinderen! Deze raadsels zijn speciaal geselecteerd voor de jongere leeftijden, van ongeveer 5 tot 9 jaar. Ze zijn eenvoudig te begrijpen, leuk om over na te denken en geven kinderen een heerlijk gevoel van succes als ze het antwoord vinden.
Tijd voor raadsels
Wat heeft tanden, maar kan niet eten?
“Je gebruikt hem om je haar mooi te maken.”
Antwoord
Een kam.
Tijd voor raadsels
Wat heeft vijf vingers maar geen nagels?
“Je draagt het aan je hand.”
Antwoord
Een handschoen.
Tijd voor raadsels
Ik ben roze en woon in de modder. Ik zeg "knor knor".
“Ik ben een dier op een boerderij.”
Antwoord
Een varken
Tijd voor raadsels
Ik drijf op het water. Je kunt in mij varen.
“Ik word gebruikt om over meren te reizen.”
Antwoord
Een boot
Tijd voor raadsels
Ik groei in de tuin en ruik lekker. Ik heb mooie bladeren.
“Ik kan rood, blauw of geel zijn.”
Antwoord
De bloem
Tijd voor raadsels
Wat heeft een hals, maar geen hoofd?
“Je kunt er frisdrank of water uit drinken.”
Antwoord
Een fles.
Tijd voor raadsels
Ik kan rood of groen zijn. Je eet me. Wat ben ik?
“Ik ben een vrucht.”
Antwoord
De appel
Tijd voor raadsels
Ik heb geen benen. Ik kruip over de grond. Wie ben ik?
“Ik kronkel voort.”
Antwoord
Een slang
Tijd voor raadsels
Ik ben groen en spring. Ik houd van water.
“Ik woon in een vijver.”
Antwoord
Een kikker
Tijd voor raadsels
Ik klim in bomen en houd van noten. Wie ben ik?
“Ik heb een pluimstaart.”
Antwoord
De eekhoorn
Tijd voor raadsels
Ik spring rond en heb lange oren. Wie ben ik?
“Ik eet graag wortels.”
Antwoord
Konijn
Tijd voor raadsels
Ik ben geel en lekker om te eten. De favoriet van de aap! Wat ben ik?
“Je schilt me voordat je me eet.”
Antwoord
Een banaan
Tijd voor raadsels
Welk dier kan hoger springen dan een huis?
“Denk nu eens logisch na, kan een huis echt springen?”
Antwoord
Alle dieren, want huizen kunnen niet springen
Tijd voor raadsels
Wat kun je in je linkerhand vasthouden, maar niet in je rechter?
“Het is een deel van je eigen lichaam.”
Antwoord
Je rechterhand
Tijd voor raadsels
Ik heb veel tanden, maar eet nooit. Je gebruikt me in je haar. Wat ben ik?
“Ik help je haar mooi te maken.”
Antwoord
Een kam
Tijd voor raadsels
Welke maand heeft 28 dagen?
“Denk er eens goed over na, hebben niet alle maanden van het jaar minstens 28 dagen?”
Antwoord
Alle maanden
Tijd voor raadsels
Wat zit vol gaten, maar kan toch water vasthouden?
“Je gebruikt het vaak in bad of als je de afwas doet.”
Antwoord
Een spons
Tijd voor raadsels
Wat kan een hele kamer vullen zonder ruimte in te nemen?
“Je doet de lamp aan om dit te krijgen.”
Antwoord
Licht
Tijd voor raadsels
Wat heeft ringen maar geen vingers?
“Je kunt ze tellen om te zien hoe oud hij is.”
Antwoord
Een boom
Tijd voor raadsels
Wat heeft bladeren, maar is geen boom?
“Het heeft veel pagina's en je kunt het lezen.”
Antwoord
Een boek.
