Hersenkrakers raadsels – pagina 6
Pagina 6 van 18
Hier vind je meer vragen op pagina 6.
Explore Hersenkrakers for different categories
Tijd voor raadsels
Ik ben koud en hard, maar word water als het warm wordt. Ik kan ook leuk zijn om op te schaatsen als je schaatsen hebt. Wat ben ik?
“Je vindt me op meren en plassen als het winter is en vriest.”
Antwoord
IJs
Tijd voor raadsels
Ik heb tien vrienden die altijd bij je zijn en je helpen om te wijzen en vast te houden. Wat ben ik?
“Denk aan wat je aan je handen hebt.”
Antwoord
Je vingers
Tijd voor raadsels
Ik heb twee benen, maar kan niet lopen. Ik knip papier en stof, maar heb geen tanden. Wat ben ik?
“Denk aan iets wat je gebruikt als je knutselt.”
Antwoord
Een schaar
Tijd voor raadsels
De juf schrijft op mij en kan alles weer uitwissen. Wat ben ik?
“Je ziet me in de klas.”
Antwoord
Een schoolbord.
Tijd voor raadsels
Ik ben klein en word korter hoe meer je me gebruikt. Wat ben ik?
“Denk aan iets waar de leraar mee schrijft op school.”
Antwoord
Een krijtje
Tijd voor raadsels
Ik zit vol met spullen die je nodig hebt voor school, maar ik eet niets en heb geen mond. Wat ben ik?
“Je draagt me op je rug als je naar school gaat.”
Antwoord
Een rugzak
Tijd voor raadsels
Ik kan de tijd aftellen zonder te tikken, en zeg wanneer het eten klaar is. Wat ben ik?
“Denk aan iets dat piept in de keuken als je op je eten wacht.”
Antwoord
Een eierwekker
Tijd voor raadsels
Ik heb geen lichaam, maar kan fluisteren en huilen. Ik ben niet zichtbaar, maar laat de bomen wiegen. Wie ben ik?
“Je kunt me voelen en horen, maar niet zien.”
Antwoord
De wind
Tijd voor raadsels
Ik eet fouten op zonder een mond te hebben, en word elke keer kleiner. Wat ben ik?
“Je gebruikt me op school als je iets verkeerd hebt geschreven met je potlood.”
Antwoord
Een gum
Tijd voor raadsels
Ik heb knipperende lampjes en bewegende armen, maar ik ben geen mens. Wat ben ik?
“Ik kan bewegen als een machine.”
Antwoord
Een robot.
Tijd voor raadsels
Ik heb veel ramen en breng je waar je wilt. Op mijn rug staat een nummer.
“Je rijdt vaak met me mee naar school of de winkel.”
Antwoord
Een bus
Tijd voor raadsels
Ik heb vier poten maar kan niet lopen. Elke nacht lig je heerlijk in mijn armen te slapen.
“Je ligt in mij als het tijd is om te slapen.”
Antwoord
Een bed
Tijd voor raadsels
Wat heeft een tong maar geen mond, en veters maar geen armen?
“Je draagt hem aan je voeten als je naar buiten gaat.”
Antwoord
Een schoen
Tijd voor raadsels
Wat heeft twee wielen, een zadel, en je moet trappen om vooruit te komen?
“Je gebruikt je benen om hem te laten rollen.”
Antwoord
Een fiets
Tijd voor raadsels
Wat heeft een hoofd maar geen ogen, en helpt je soep eten?
“Je kunt er goed mee eten.”
Antwoord
Een lepel
Tijd voor raadsels
Wat is rood, heeft een lange ladder en helpt branden blussen?
“Hij maakt toet-toet en heeft zwaailichten.”
Antwoord
Een brandweerauto
Tijd voor raadsels
Wat heeft een schaal maar geen hoofd, en je kunt het koken of in een cake doen?
“Het komt vaak van een kip.”
Antwoord
Een ei
Tijd voor raadsels
Wat toont jou je eigen spiegelbeeld, maar heeft zelf geen ogen om mee te zien?
“Je kunt jezelf er elke dag in zien.”
Antwoord
Een spiegel
Tijd voor raadsels
Wat is plat en rond, heeft vaak tomatensaus en kaas erop, en wordt in driehoekige stukken gesneden?
“Het komt uit een land waar je ook spaghetti vindt.”
Antwoord
Een pizza
Tijd voor raadsels
Wat vliegt hoog in de lucht, heeft vleugels maar is geen vogel, en maakt veel lawaai als het voorbij komt?
“Je kunt ermee naar andere landen reizen.”
Antwoord
Een vliegtuig
